Feedback

Hendrik Wijdeveld

04-10-1885 - 20-02-1987

Hendricus Theodorus Wijdeveld (1885-1987) beschouwt zichzelf als regisseur, met de wereld als totaaltheater. Hij is uiterst veelzijdig: hij is architect, hoofdredacteur en typograaf van het tijdschrift Wendingen, en ontwerper van boeken, theaterdecors en -kostuums, meubelen en gebruiksvoorwerpen.

Wijdeveld begint zijn carrière rond de eeuwwisseling op het atelier van P.J.H. Cuypers en werkt later voor de Franse architect L. Cordonnier. Wijdeveld ontwerpt in de traditie van de Amsterdamse School, maar voegt daar elementen uit het Nieuwe Bouwen aan toe.

Wijdeveld doet talrijke internationale contacten op. Hij reist onder meer met Erich Mendelsohn naar het Midden-Oosten en bezoekt in 1931 de Sovjet-Unie. Tijdens een reis naar de Verenigde Staten leert hij Frank Lloyd Wright kennen, en in Zuid-Frankrijk tracht hij een internationale kunstacademie op te zetten. Door Mendelsohn laat hij zich inspireren tot allerlei utopische en futuristische projecten. De bekendste zijn het Vondelparkproject met het Groot Volkstheater in de vorm van een gigantische vagina, het nationaal park Amsterdam-Zandvoort, een aantal enorme hoogbouwprojecten en het project "Plan the impossible", waarin hij in 1944 voorstelt om een schacht van 25 kilometer diep in de aarde te maken.

Wijdeveld is uiterst veelzijdig: hij is hoofdredacteur en typograaf van het tijdschrift Wendingen, hij ontwerpt boeken, theaterdecors en -kostuums, meubelen en gebruiksvoorwerpen. Daarnaast ontwerpt hij in Amsterdam etalages voor de modeafdeling van Hirsch & Co (1925). Van zijn hand zijn ook ontwerpen voor het interieur van de SS Nieuw Amsterdam (1937). Andere projecten, wel of niet uitgevoerd, zijn het Theater Plantage Middenlaan Amsterdam (1921), het Theater Allebeplein Amsterdam (1927), het Volkenbondspaleis Geneve (1927), een décor voor De Vliegende Hollander, met een complete stad die in het water verdwijnt (1930), en een tentoonstellingspaviljoen voor de Wereldtentoonstelling Antwerpen (1930).

In 1940 publiceert Wijdeveld een boek met de titel De nieuwe orde, waarin hij een onduidelijke houding aanneemt ten aanzien van de Duitse bezetter. Dat bezorgt hem na de oorlog politieke problemen. Hij verdedigt zich met de woorden: "Alles wat ik zeg, alles wat ik spreek, alles wat ik leef, is De Nieuwe Orde".

Wijdeveld vertrekt eind jaren veertig voor enkele jaren naar de Verenigde Staten. In 1950 keert hij terug en hervat zijn werk. Deze latere projecten voegen weinig meer toe aan het rijke oeuvre van Wijdeveld: zij gelden veelal als herhalingen van eerdere ontwerpen. Dat hij politiek gerehabiliteerd was blijkt wel uit het feit dat hij in 1953 wordt geëerd met een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze ontwerper.