Feedback

Johannes Christiaan van Epen

14-03-1880 - 28-12-1960

J. C. van Epen heeft vooral betekenis gehad voor de volkshuisvesting. Met architectonische ingrepen gaf hij woningen voor arbeiders en middenstanders iets van de kwaliteit van zijn villa’s en landhuizen. Zijn idealistische bevlogenheid heeft daarnaast een aantal bijzondere, niet uitgevoerde projecten opgeleverd, zoals een vakantieoord voor arbeiders, een tuinstad voor arbeiders en een aantal visionaire ‘sky-scrapers’.

Van Epen wordt geboren in Amsterdam en groeit op in een socialistisch gezin, zijn ouders zijn goed bevriend met H. Roland Holst en architect W. Kromhout. Na de mulo gaat Van Epen bij zijn vader in de houthandel werken. Daar leert hij veel over materialen en constructietechnieken. Op zijn 17de komt hij in de leer bij A. C. Boerma, een architect die nog in een sterk historiserende stijl werk. Daarna werkt hij enige tijd op de architectenbureaus van J. W. Hanrath en de gebroeders Van Gendt.

Vanaf 1901 werkt Van Epen bij verschillende bureaus in Parijs.  Bij C. L. Auclair signeert hij voor het eerst ontwerpen met een stempel waarop zijn eigen naam staat. Zowel gezamenlijk als onder eigen naam ontwerpen ze villa’s en landhuizen, waarbij ze zich laten inspireren door Engelse voorbeelden. Eenvoudig van vorm, met witgepleisterde gevels, en met opvallend veel aandacht voor een goede indeling van de plattegrond. Regelmatig doet Van Epen verslag in het Bouwkundig Weekblad van wat er in Parijs gaande is op het gebied van architectuur.

In 1905 vestigt hij zich als zelfstandig architect in Baarn, dat zich in die periode ontwikkelt tot het centrum van de villa- en landhuisarchitectuur. Zijn eerste opdrachten liggen dan ook op dit terrein. Daarnaast ontwerpt hij gebouwen voor vakantie, recreatie en ontspanning. Vanaf 1908 houdt hij zich ook bezig met arbeiderswoningen en woningcomplexen, waaronder drie woonblokken voor de Amsterdamse Coöperatieve Onderwijzers Bouwvereeniging (ACOB) in Amsterdam.

Ze worden gewaardeerd vanwege de eenvoudige lijn, robuustheid en zakelijkheid. Baksteenarchitectuur ‘waarvan het karakter en de ernstige schoonheid ligt in de groot-sprekende vlakke muur. (J. Gratama in BW, 1910) Hierna volgt, ook voor de ACOB, een complex van 48 woningen aan het Pretoriusplein. Tussen 1913 en 1918 werkt Van Epen samen met H.P. Berlage, o.a. aan een complex van arbeiderswoningen aan de Tolstraat, en woningbouw aan de Transvaalstraat en de Ringkade, inclusief interieur.

Van Epen is betrokken bij het welzijn van de bewoners: hij gunt ze graag meer ruimte, het liefst met een tuintje. Een van de redenen om graag met erkers te werken is om bewoners meer ruimte en meer licht en uitzicht te bieden, niet alleen naar de overkant, maar ook links en rechts de straat in. Maar het is ook een beeldend element, om ritmiek in de gevels te brengen, om straten te beëindigen en de hoek om te doen gaan. Ook bieden ze ruimte aan bloemperkjes, waardoor er iets van zicht op groen mogelijk is.

Ook uit de plattegrond probeert hij het maximale te halen, door te besparen op gangruimte en vertrekken onderling toegankelijk te maken zodat ze flexibel gebruikt kunnen worden. Hij besteedt zorg aan een goede keukeninrichting, voldoende bergruimte en elektrische verlichting. Hij is een groot pleitbezorger van douches.

Ondanks die inspanningen blijft van Epen ontevreden over de woonomstandigheden waarin gewone mensen moeten leven. Vanuit zijn socialistische visie, en de waarde die hij hecht aan het contact met de natuur, ziet hij in landelijk gelegen coöperatieve woongebouwen een goed alternatief. In 1925 neemt hij deel aan een prijsvraag voor een vakantieoord voor arbeiders, dat hij het ‘Troelstra oord’ noemt, naar Pieter Jelles Troelstra. Ook tekent hij fantasierijke woontorens, zoals een getrapt gebouw met terrassen en daktuinen, en een wolkenkrabber met een kristallijnen vorm. Hij vindt ze prachtig uit esthetisch oogpunt, maar gelooft zelf niet in de bewoonbaarheid ervan.

In de oorlog maakt hij deel uit van studiegroepen die zich beraden op de naoorlogse woningbouw, wat betreft ruimte, licht, hygiëne en voorzieningen. Veel van zijn praktische ideeën over wonen zijn inmiddels programmapunten van de nieuw zakelijke architecten geworden. Hun voorkeur voor moderne materialen deelt hij echter niet.

Stilistisch gezien houdt van Epen zijn hele leven vast aan een sobere vormentaal, waarin het ornament nauwelijks een rol speelt. Soms experimenteert hij met vormen die hij waarneemt in het werk van Berlage, in de beeldtaal van de Amsterdamse School, of in de Amerikaanse architectuur van Frank Lloyd Wright, maar zonder zich daar ooit werkelijk aan over te leveren.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze ontwerper.

Zoeken