Feedback

Johannes Duiker

01-03-1890 - 23-02-1935

Jan Duiker was een van de belangrijkste representanten van het Nieuwe Bouwen. Hij was verantwoordelijk voor twee iconen die de beweging heeft voortgebracht: Sanatorium Zonnestraal in Hilversum (1926-1928), en de Openluchtschool in Amsterdam (1927-1930). Zijn carriere werd echter vroegtijdig afgebroken: Duiker overleed al op 44-jarige leeftijd.

Hoewel Duiker graag naar het conservatorium was gegaan om een opleiding tot concertpianist te volgen, kiest hij in 1908 voor de Technische Hogeschool Delft. Daar ontmoet hij Bernard Bijvoet. Beiden studeren af in 1913 en samen nemen ze een betrekking aan op het bureau van Henri Evers. Daar assisteren ze bij de bouw van Evers’ nieuwe Raadhuis van Rotterdam.

In 1916 richten Duiker en Bijvoet hun eigen bureau op in Den Haag. Twee jaar laten winnen ze de prijsvraag voor een nieuw gebouw voor de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.  De sterk symmetrische opzet van het ontwerp met opvallende horizontale en verticale lijnen en de grote muurvlakken verwijzen naar invloeden van Berlage en de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Hiermee zijn de banden met het traditionalisme van Evers doorgesneden.

In 1920 wordt de eerste paal geslagen, maar de verdere uitwerking loopt uiteindelijk op niets uit. In 1921 maakt de Regering bekend haar opdracht terug te trekken. Waarschijnlijk heeft het jonge bureau van Duiker en Bijvoet nog onvoldoende ervaring in huis voor deze enorme opdracht. Wel verwerven ze met deze prijsvraag ruime naamsbekendheid.

Berlage, die in de jury zit voor de prijsvraag van de Rijksacademie, brengt Duiker en Bijvoet in contact met de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB) in verband met de opdracht voor een nazorgkolonie voor tuberculose patiënten in Hilversum. In 1920 komen de eerste ontwerpen op tafel. Maar een crisis in de diamantnijverheid zorgt er voor dat het voorlopig niet doorgaat. Pas halverwege de jaren twintig zou de draad weer opgepakt worden.

De vroegste ontwerpen voor 'Zonnestraal' zijn sterk beïnvloed door het werk van Lloyd Wright en Berlage, zoals dat ook het geval is met hun andere ontwerpen uit deze periode, vooral in Den Haag. De woningen in villapark Kijkduin (1919-1923) hebben een vormentaal die verwijst naar de 'Prairie huizen' van Lloyd Wright: muurtjes en terrassen met grote horizontale overstekken ter overbrugging van binnen en buiten en verticale accenten door opvallende schoorstenen.

In 1919 richten Duiker en Bijvoet een nieuw architectenbureau op in Zandvoort, dat tot 1925 stand houdt. Door het wegvallen van de opdracht voor de Rijksacademie zijn de financiële vooruitzichten niet zo rooskleurig meer. Duiker vertrekt naar Amsterdam en Bijvoet vestigt zich in Parijs. Dit betekent in feite het einde van het architectenbureau Duiker en Bijvoet, hoewel ze elkaar wel regelmatig blijven adviseren.

Als de crisis in de diamantnijverheid is hersteld, wordt het ontwerp voor Zonnestraal (1926-1932) weer opgepakt en herzien volgens de nieuwe opvattingen van het Nieuwe Bouwen. Voor de ingewikkelde betonberekeningen van 'Zonnestraal' doet Duiker, evenals bij eerdere ontwerpen, een beroep op civiel-ingenieur Jan Gerko Wiebenga, vanwege zijn grote kennis van betontechniek. 'Zonnestraal' wordt gezien als het hoogtepunt in deze periode. Een in het zicht gelaten betonskelet vormt de constructie van dit complex. De plattegronden zijn vrij indeelbaar. De gevels, die bestaan uit wit stucwerk en hemelsblauwe, slanke stalen kozijne, hedden geen dragende functie meer.

In het streven naar licht en lucht in de architectuur, het adagium van het Nieuwe Bouwen, past ook het streven naar een gezonde omgeving op scholen. De openluchtscholen die in deze periode veel aanhang vinden liggen in het verlengde daarvan. Duiker ontwerpt in Amsterdam een openluchtschool met een betonskelet en glazen gevel in smalle stalen kozijnen. Het resultaat is maximale openheid en transparantie.

Vanaf 1924 tot het ontwerp van de Cineac (1933-1934) in Amsterdam past Duiker een betonconstructie toe bij zijn gebouwen. In 1933 komt daar verandering in. Omdat hij voor de Cineac aan de Reguliersbreestraat in Amsterdam gebruik maakt van de bestaande fundering moet de constructie zo licht mogelijk zijn. Bovendien is de prijs van staal op dat moment aanzienlijk lager dan beton en vraagt het ontwerp van de bioscoopzaal vanwege de akoestiek en het klimaat om stalen wanden.

Het is de eerste keer dat Duiker een staalskelet toepast, een constructie die overigens naadloos aansluit bij zijn opvattingen over functionalistisch bouwen. De ontwerpen voor Magazijn Winter (1934-1935) en het theater en hotelcomplex Gooiland (1935-1936) worden eveneens met een staalskelet uitgevoerd. Duiker overlijdt In 1935 aan kaakkanker. Bijvoet komt terug uit Parijs om het Gooiland te voltooien.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze ontwerper.

Zoeken