Feedback

Mien Ruys

12-04-1904 - 09-01-1999

Mien Ruys is een van de grondleggers van de moderne tuinarchitectuur. Ze deelt de functionalistische opvattingen van de groep ‘De 8 en Opbouw’, en werkt veel samen met architecten als Maaskant, Merkelbach en Rietveld. Ze ontwerpt strak aangelegde tuinen, met een weelderige plantengroei.

Mien Ruys start haar ontwerpcarrière op kwekerij Moerheim, het bedrijf van haar vader in Dedemsvaart. Moerheim is de eerste kwekerij die een uitvoerige beschrijvende catalogus van vaste planten in het Nederlands uitgeeft. In 1916 wordt een afdeling tuinarchitectuur bij de kwekerij opgezet, waar Mien Ruys aan het werk gaat; voor het vak tuinarchitect bestaat dan nog geen opleiding.

Vanaf het prille begin staat het experimenteren met planten, materialen en vormgeving voorop. Om ervaring op te doen met de planten die op de kwekerij worden gekweekt, experimenteert Mien Ruys in de boomgaard en de groentetuin van haar ouders. Een bekend experiment uit de jaren '60 is de proef met het toepassen van spoorbielzen, wat leidt tot een zeer royaal gebruik van spoorbielzen in de Nederlandse tuinen. Ook het gebruik van de uitgewassen grindtegel (de griontegel) is een idee van Mien Ruys.

In 1928 gaat Ruys voor enkele jaren naar Engeland om het vak te leren bij de afdeling tuinarchitectuur van een kwekerij in Turnbridge Wells. In 1929 vertrekt ze naar Berlijn om te gaan studeren aan de net opgerichte hogeschool voor tuinarchitectuur in Dahlem, en om het culturele leven te leren kennen. In de jaren dertig wordt ze in Dedemsvaart hoofd van de afdeling tuinarchitectuur van Moerheim.

Geïnspireerd door het bezoek aan Berlijn volgt ze in de crisisjaren, als het werk in Dedemsvaart terugloopt, colleges bouwkunde in Delft, bij onder andere M.J. Granpre Molière. In 1937 verhuist ze met het ontwerpbureau naar Amsterdam, omdat ze zich in Dedemsvaart te geïsoleerd voelt.

Ze heeft meer contact met architecten dan met andere tuinarchitecten. Ze deelt de opvattingen van de groep ‘De 8 en Opbouw’: “Ook ik zocht naar de grootste eenvoud en duidelijkheid in de vorm, met achterwege laten van versiering en ik trachtte het materiaal – de planten – zo functioneel mogelijk te gebruiken.” (1)

Na de oorlog werkt Ruys veel samen met onder andere B. Merkelbach en Ch. Karsten, Aldo van Eyck, J.P. Kloos, H. Salomonson, H. Maaskant, G. Th. Rietveld, A. Staal en A. Bodon. Van 1953 tot 1955 geeft ze colleges Stedelijk Groen aan de TH Delft, Afdeling Bouwkunde. In hetzelfde jaar richt ze het tijdschrift ‘Onze Eigen Tuin’ op, bedoeld om het vak tuinarchitectuur meer bekendheid te geven. Het tijdschrift bestaat nog steeds.

Voor de Tweede Wereldoorlog werkt ze voornamelijk voor particulieren, in de jaren vijftig krijgt ze ook grote werken uit te voeren. Kenmerkend voor haar ontwerpen, zowel voor privétuinen, fabriekstuinen, woonwijken als stadsparken, is een vrij strak opgezette basisindeling, met rechte lijnen, cirkels, diagonalen en rechthoeken. De harde lijnen en de veelal verharde paden worden verzacht door natuurlijk groeiende, uitbundige beplanting.

Mien Ruys ontwerpt onder andere de gemeenschappelijke tuin bij woningbouw Frankendael, Amsterdam (1949), het beplantingsplan voor Nagele (1956), de aanleg bij de Tomado fabriek in Etten-Leur (1955), de aanleg bij het Prinses Irene ziekenhuis in Almelo (1961), een gemeenschappelijke tuin bij hoogbouw in Buitenveldert (1962), en een groot aantal privétuinen.

Lit. Bonica Zijlstra. Mien Ruys, een leven als tuinarchitecte. - Nederlandse Tuinenstichting, [1990]
(1) Zijlstra, p. 16

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze ontwerper.

Zoeken