Feedback

User Tags

0x gestemd

Faculteitsgebouw Bouwkunde TU Delft

Het faculteitsgebouw Bouwkunde was bijna veertig jaar lang een markante verschijning op de campus van de TU Delft. Het ontwerp is door het gebruik van betonconstructies en betonplaten kenmerkend voor de robuuste materialisatie die van Van den Broek en Bakema toepasten in hun werk.

Het is een gebouw uit de functionalistische, nieuw-zakelijke traditie, een stroming die tegen de tijd dat het gebouw werd opgeleverd (1970), eigenlijk over zijn hoogtepunt heen was. De open, flexibel indeelbare centrale hal die als ontmoetingsruimte diende, sloot beter aan bij de tijdgeest van de jaren zeventig.

De eerste ontwerptekeningen dateren van 1956. In dat jaar werd een besloten prijsvraag uitgeschreven onder hoogleraren en ex-hoogleraren van de opleiding Bouwkunde. De vier inzenders waren J.H. van den Broek, G.H.M. Holt, M.N. Lansdorp en C. Wegener Sleeswijk. Het ontwerp van Van den Broek werd door de jury, waarin Van den Broek zelf zitting had, als beste aangewezen. Het ontwerp werd in 1960 verder uitgewerkt door het bureau Van den Broek en Bakema.

De bouwkundige vorm van het gebouw is afgeleid van het functionele beginsel van het onderwijsprogramma. Het gebouw bestaat uit twee delen: een langgerekte hoogbouwconstructie en een lage entreezone. De laagbouw bestaat uit een aantal volumes die haaks op de hoogbouw staan, en er als het ware onder geschoven zijn. De hoogbouw was bedoeld voor specifieke onderwijsruimten, gebaseerd op het vijfjarige studieprogramma: elk studiejaar beschikte over een eigen dubbele verdieping. De laagbouw was bestemd voor de meer algemene, gemeenschappelijke ruimten zoals bibliotheek, administratie, kantine en werkplaatsen. Al tijdens de ontwerpfase werd het gebouw als onderwijskundig instrument uitgebreid besproken tijdens de zogenaamde dispuutcolleges van Van den Broek, die in die periode lesgaf op de faculteit Bouwkunde.

De overgang tussen de onderwijsruimten in de hoogbouw en de algemene diensten in de twee verdiepingen tellende laagbouw werd gevormd door de centrale hal. Behalve als verkeersknooppunt fungeerde deze hal als een ontmoetingsplaats voor studenten. De hal had het karakter van een openbare straat, met telefooncellen en plakzuilen, die op de begane grond zoveel mogelijk een open verbinding vormde met de omgeving. Binnen in de hal werden dezelfde betonplaten toegepast als buiten, om zoveel mogelijk de sfeer van buiten naar binnen te halen. Door allerlei verplaatsbare wanden en schotten was het een flexibele ruimte die goed aansloot bij de democratiseringsbeweging van de jaren zeventig.

Twee jaar na oplevering evalueerde Bakema in het tijdschrift Bouw het gebruik van ‘de straat’. Hij schreef: “De straat begint bewoonbaar te worden. Er wordt nog wat willekeurig geplakt, maar de plakkaten en zelfs wandweefsels beginnen hun maat te krijgen (vooral die van de actiegroepen doen het meestal goed!). Er wordt getelefoneerd, de kantine vindt daar zijn uitloop, evenals naar het buitenterras. De mededelingen over projectgroepen, Veringa’s plannen [en] Marx’s bedoelingen, een Stylos boekenshop, democratie als middel voor onderwijsvernieuwingen (en omgekeerd!) vinden hun plaats wel, evenals het tafeltennis der pauzerende actiegroepleden [..] Bouw 23 (1971)p. 903

In hetzelfde artikel reflecteerde Bakema op de grenzen van de functionalistische architectuur: “Dat wat moet gebeuren op een bepaalde plaats op aarde (in dit geval Berlageweg no. 1, Delft) wordt je verteld met een bouwprogramma. Maar je krijgt toch steeds meer de indruk dat daarmee maar een verdraaid klein beetje verteld kan worden van alles wat op die plaats werkelijk zal gaan gebeuren.”

Het gebouw is in mei 2008 afgebrand.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit project.