Feedback

Wagenstraat 32

Den Haag

Georss_logo
Google-earth-icon
Add-to-my-tomtom

User Tags

0x gestemd

Warenhuis de Bijenkorf

Op de architectuur van de eerste Bijenkorf vestiging in Amsterdam (1912-1915) is veel kritiek: een eclectisch bouwwerk met een modern betonskelet, maar met traditioneel ogende gevels die refereren aan het tegenoverliggende Paleis op de Dam. Voor de tweede vestiging in Den Haag wordt een eigentijdser ontwerp verlangd.

De plattegrond van het warenhuis ligt eigenlijk al vast als zes architecten gevraagd wordt de gevel te ontwerpen. Aanvankelijk heeft zowel de directie van de Bijenkorf als de Commissie van Advies (met architecten H.P. Berlage en J. Gratama) veel waardering voor het ontwerp van J.F. Staal, maar zijn ontwerp wordt toch als ‘te vreemd’ bestempeld, en ‘weinig passend voor een hedendaagsch Haagsch Warenhuis-Modemagazijn’.

Het gaat bij dit gebouw niet zozeer om doelmatigheid als wel om een opvallend ontwerp dat luxe uitstraalt en de kooplust van het publiek opwekt. Het wordt een gebouw zonder zichtbare verdiepingen: de gevel hangt als een golvend gordijn voor het betonnen skelet. Kramer probeert hier de zogenaamde ‘bekledingsarchitectuur’ niet te ontkennen, maar maakt het juist tot thema van zijn ontwerp.

Het is een van de laatste gebouwen waarin de plastische vormen van de Amsterdamse School volledig tot zijn recht komen. In de gevel zijn expressieve decoraties opgenomen van o.a. Hildo Krop, T. Raedecker en H.A. van den Eijnde, met veel symbolische verwijzingen naar vervoer, handel en de vier elementen.

Ook het in interieur is buitengewoon luxe, met dure materialen als tropisch hout en gebrandschilderd glas. Via trap of roltrap, de eerste in Nederland, komt het winkelend publiek bij een van de vier verdiepingen die als een galerij rond een open, zeshoekige lichthal lopen. Veel van de oorspronkelijke details van het interieur zijn inmiddels verdwenen.

Reacties

Fred À.F.W. Westen zei langer 4 jaar geleden:

Hoewel het jammer is, dat het interieur van de Bijenkorf in Den Haag ten prooi is gevallen aan de moderniseringsgolf van de jaren 1950/1960, is een bezoek toch nog wel de moeite waard. De gevel en plastieken buiten zijn goed geconserveerd. Het trappenhuis is ook nog steeds een fantastische beleving met de gerestaureerde glas in lood ramen.
Als inwoner van Den Haag kan ik het zeer waarderen, dat dit meest prominente Amsterdamse School icoon niet in Amsterdam maar juist in Den Haag is te bewonderen. 

Fred Westen